23-02-2010

article/

Sense and Complexity

Abstract: 

In 2009 heb ik 6 maanden stage mogen lopen bij Philips Research. Gevestigd in de Eindhovense High Tech Campus (wat grotendeels uit Philips-gerelateerde bedrijven bestaat), is het een van Nederlands grootste commerciƫle technologische onderzoeksinstellingen. Hier heb ik mee mogen werken aan de ontwikkeling van een spelcomputer met tastbare interactie, de TikTegel (www.serioustoys.com).

De TikTegel (Tag Tiles in het Engels) is misschien het best te omschrijven als een spelcomputer in de vorm van een bord, zonder toetsenbord, zonder muis, zonder scherm, maar wel een raster van LED-lampjes waarin kleurrijke (retro)graphics vertoond kunnen worden. Kinderen spelen met het bord door er speelstukken op te zetten. De speelstukken bevatten RFID-tags die door het bord herkend worden.

Het doel van mijn stage was om lesmateriaal te ontwikkelen die aan de contentdevelopers uitlegt hoe de SDK (Software Development Kit) werkt zodat zij zelf aan de slag kunnen om applicaties te ontwikkelen voor de TikTegel. De contentdevelopers zijn zogenaamde domeinexperts op het gebied van onderwijs, rehabilitatietherapie en psychologie. Zij zijn in principe niet ervaren met het programmeren van applicaties.

De SDK (die ESPranto heet) is zo gemaakt dat onervaren domeinexperts zonder een te hoge leerdrempel kunnen programmeren en geleidelijk steeds complexere dingen leren maken. De stageopdracht was een flinke uitdaging, vooral omdat ik veel moest leren op het gebied van programmeren en ook nog eens moest bedenken hoe je die kennis het beste aan onervaren gebruikers kan overbrengen.

Het is als NMDC-student een bijzondere ervaring om op een plek als Philips Research te werken. Op mijn afdeling, Connected Consumer Solutions, kon je een goed beeld krijgen over hoe de ontwikkeling van toekomstige consumentenelektronica in zijn vroegste stadium er uit ziet. Ik deed daarom ook graag mee aan de meest uiteenlopende experimenten en user-tests voor nieuwe producten (van tandenborstels tot televisies).

Er is een cultuurverschil merkbaar tussen de geesteswetenschappelijke benadering van NMDC en “applied research” van Philips research. Ze staan elkaar niet in de weg, maar het is tegelijkertijd moeilijk om ze te combineren. De dominantie van empirisch onderzoek tegenover onze hermeneutische benadering wordt gekenmerkt door een streven naar efficiëntie en zeer doelgericht te werk gaan.

Hoewel beide vormen van wetenschap multidisciplinair zijn, komt die eigenschap op een andere manier tot uiting: Philips maakt gebruik van de expertise uit verschillende disciplines waarbij de rollen in grote lijnen duidelijk zijn verdeeld terwijl de geesteswetenschapper multidisciplinair van aard is. Zijn discipline is niet duidelijk ingekaderd en heeft daarmee binnen applied research geen eenduidige rol. Hij is kritisch en analytisch, maar dat is elke expert binnen zijn discipline. Het voordeel is dat je flexibel bent en niet strikt gebonden bent in een specifieke rol (in managementtermen: je kan “out of the box” denken). Het nadeel is echter dat je dan beschouwt wordt als “je kan van alles een beetje”.

Mijn stage bij Philips Research was hoe dan ook een unieke ervaring die ik misschien niet zo snel weer zal meemaken. Hoewel het een plek is waar interdisciplinair gewerkt wordt, is het nog steeds een plek voor exacte wetenschappers (van informatici tot dermatologen), managers en hier en daar wat psychologen. Mij kritische analytische blik werd wel gewaardeerd, maar het is toch moeilijk om daarmee een kwantificeerbare bijdrage te leveren aan de technologie. Misschien is het omdat iedereen “Sense and Simplicity” (de slogan van Philips) nastreeft terwijl NMDC-studenten er altijd vanuit gaan dat zelfs de meest simpele technologieën in alle opzichten complexiteit meebrengen.